Eeuwenlang zijn kinderen naar grootouders en ook wel naar de ouders en andere familieleden of peetouders vernoemd. Vernoemen kan gezien worden als een persoonlijk eerbetoon met een zekere hiërarchie, met voorrang voor de oudste generatie of reeds overledenen. Traditie en geloof, en de wens om in de naam voort te leven, lijken belangrijke drijfveren, terwijl daarnaast het vernoemen door een sterke sociale druk in stand werd gehouden. Het is dan ook niet toevallig dat ontkerkelijking en individualisering in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw samen ging met het grotendeels loslaten van vernoeming van (groot)ouders (in de eerste voornaam althans), ten gunste van de eigen, modieuze naamvoorkeur van ouders.
Lees hier verder.