De Nederlandse archieven schijnen te worstelen met een deel van hun werk. Enerzijds wil men op (studiezaal-)personeel bezuinigen door de bezoekers de mogelijkheid te geven zelf digitaal meer te kunnen laten doen. Maar dat zou kunnen betekenen minder inkomsten en dat is vervelend te meer omdat ze van de overheid ook al minder subsidie ontvangen. Daarnaast is er dan ook hun wens danwel van hoger hand opgelegde opdracht tot het meer open zijn en meer aan te kunnen bieden.


De archieven, begaven zich op het terrein van automatisering. En vanaf dat moment bleef de schoenmaker niet meer bij zijn leest. Deze automatiseringsdrang leidde tot een site als Genlias. Vanaf het begin was daar kritiek op. Jaren later kwam men tot de conclusie dat de gebruikte techniek niet meer van dien aard was om technisch redelijk te kunnen groeien. Waarom daar niet meer of beter rekening mee werd gehouden laat zich raden. Dus werd Genlias de nek omgedraaid en zag WieWasWie het levenslicht, met de belofte van de coordinator -het CBG- dat men voor het gebruik zou moeten gaan betalen. Ook op deze site was kritiek, het zoeken naar meer dan één persoon in relatie tot een ander was een probleem en betalen?

Maar ook in de automatisering staan ontwikkelingen niet stil. Integendeel zelfs. Data gestuurde oplossingen beginnen gemeen goed te worden. Doordat archieven pro-actief hun data voor hergebruik beschikbaar stellen en archieven onder de Wet Hergebruik Overheidsinformatie ‘gestimuleerd’ kunnen worden data te leveren, kunnen andere partijen ook toepassingen maken met deze data. Dit stimuleert de innovatie, waar de gebruikers bij gebaat zijn! Een mooi voorbeeld hiervan is de website Open Archieven (www.openarch.nl).

Daar zijn momenteel 153 miljoen historische persoonsvermeldingen in te zien van 54 Nederlandse archieven. Open Archieven is daarmee de grootste genealogische database van Nederland. Sterker nog, hier kan men wel slim zoeken op twee namen, fonetisch zoeken én zoeken met jokers ...
Tot zo ver de voordelen voor de consument, de gebruiker.

Voor de archieven zelf is het eveneens voordelig. Het aanleveren van hun data aan Open Archieven kost ze niets. Bij WieWasWie moet een archiefinstelling betalen om hun gegevens te presenteren op dit platform. Dit, tezamen met een betaald abonnement voor gebruikers, reclame en verkopen van data vormt het business model van WieWasWie. Andere aanbieders maken daarin andere keuzen. Archieveninstellingen dienen zich af te vragen welke partijen bijdragen aan innovatie en deze stimuleren hetgeen niet persé financieel hoeft, maar met erkenning en promotie kom je ook een eind om de intrinsieke motivatie van deze partijen te voeden.

De vraag is natuurlijk hoe lang gaat dit nog duren. Kijkend naar de huidige en wellicht nog toekomstige voordelen van Open Archieven lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat WieWasWie, die niet of nauwelijks mee gaat in innovatie en in het luisteren naar de gebruikers, haar langste tijd heeft gehad. Technisch is dat niet zo erg. Dat daarvoor belastinggeld over de balk werd gegooid is minder fraai.

Frank Lether