Er wordt wel eens gezegd een onwettig kind bestaat niet, maar juridisch en genealogisch zit dat iets anders in mekaar. Een onwettig kind is een kind dat wordt geboren uit een relatie waar van de beide partners niet zijn gehuwd, althans niet met elkaar. Nog niet gehuwd zo men ook kunnen zeggen, want het kwam natuurlijk voor dat het kind werd geboren en de beide ouders verloofd waren, dus op het punt stonden te trouwen. En het kwam uiteraard voor dat de partners maar gingen trouwen omdat er een kind aan zat te komen, een ‘moetje’ noemde men dat. Men moest immers trouwen. Een bijdrage van Yolanda Lippens en Frank Lether.

Een kind buiten het huwelijk geboren werd veelal op naam van de moeder gezet. Zeker wanneer de man waar zij later mee trouwde niet de natuurlijke vader was. Gingen de beide partijen -vader of niet- daarna huwen dan kon de man het kind alsnog als het zijne erkennen. Het kind kreeg daarmee een legale en juridische status en daarom de familienaam van de man. Het onwettig kind wordt -met een aantekening in de zijlijn- beschreven in de huwelijks- en geboorteakten en daarmee erkend.

Maar wat ook kan is dat een kind dat bij de geboorte als onwettig kind wordt beschouwd later wordt erkend door ‘de vader’, of de echtgenote van de moeder. Dat hoeft dus niet persé bij het huwelijk. Ook gebeurde het dat meerdere kinderen, dus een compleet ge-zin, in één keer werd erkend.

Vaak geloofde men wel dat een zoon de echte zoon was van zijn vader, want bij de geboorte heette hij al hetzelfde. ‘Onwettige’ kinderen kregen vaak juist de naam van de echte vader mee, hetgeen vaak als pressiemiddel door de moeder werd gebruikt.

Tenslotte kende men vroeger dan ook nog het z.g. ‘treurjaar’. Dat was het jaar waarin een vrouw weduwe was geworden. Het was wettelijk verboden om binnen 306 dagen na de ontbinding van haar vorige huwelijk -door overlijden danwel echtscheiding- te hertrouwen. Dit heeft moeten dienen als waarborg dat een eventueel nog door de vorige echtgenoot verwekt kind niet zou worden geboren als een wettig kind in het volgende huwelijk.

Onwettig
Wanneer is een kind wettig of onwettig? Als het …

  • vóór het huwelijk was verwekt, maar binnen een (wettig) huwelijk werd geboren dan is er sprake van een wettig kind
  • door overspel van een gehuwde moeder was verwekt, tenzij de echtgenoot bezwaar aantekende spreken we van een wettig kind
  • kind buiten het huwelijk werd geboren is er uiteraard sprake van een onwettig kind.

Oorzaken van een onwettig kind
Toch is het goed eens te kijken naar de oorzaak van buitenechtelijke kinderen, vroeger t.o.v. heden. Vroeger kwamen kindergeboorten vóór het huwelijk vaker voor dan heden ten dage. De oorzaak daarvan is uiteraard een betere seksuele voorlichting, vrij verkrijgbare voorbehoedsmiddelen, de pil, de uit het schemer van de breinaalden gehaalde abortus en internet waardoor steeds jongeren toegang kregen tot seks sites en voorlichting. Maar vóór die verlichte tijd waren het:

  • De diepe armoede, vooral in de steden, geen geld om te kunnen trouwen en/of huisvesten
  • Militairen tijdens oorlogstijd, mochten de eerste 6 jaar niet huwen
  • Militairen kregen nauwelijks ontheffing om te trouwen, tenzij de vrouw van onbesproken gedrag was
  • Door het overlijden van de man, door oorlog, ziekte of rampen
  • Door de dubbele moraal bij de mannen
  • Het beroep van de vader (b.v. schipper, tijdelijk van huis)
  • Maar ook het beroep moeder, vooral dienstboden waren ‘slachtoffer’
  • Weerstand tegen burgerlijk huwelijk, wegens kosten, rompslomp en dienstplicht
  • Man was nog getrouwd met een andere vrouw
  • Papieren waren nog niet op orde (vooral uit buitenland)
  • Prostitutie, alhoewel hierbij veel miskramen en abortussen voorkwamen
  • Bezwaar tegen erkenning door echtgenoot bij vreemdgaan moeder
  • Incest, misbruik, verkrachting
  • Vluchten van de vader voor strafvervolging of angst
  • Voorkeur voor samenwonen i.p.v. het aangaan van een wettig huwelijk
  • Ouders weigeren toestemming voor huwelijk (bij minderjarigen)
  • Verplichte wachttijd van 4 maanden bij een godsdienstig gemengd huwelijk
  • Belemmeren van huwelijksafkondigingen bij stadhuis (bij meerdere liefjes)
  • Familiaire overdracht, van oma op moeder op dochter, bij tantes en zussen (herhaaldelijk gedrag)
  • Leven in de stad; in de grote steden lagen de cijfers veel hoger dan op het platteland
  • Geen privacy, de inwonende knecht en dienstbode hadden vaak geen privé-slaapkamer
  • Openheid van seksualiteit, jongelui werden al snel geconfronteerd met de daad (om die reden waren sociale hervormers voorstanders van aparte slaapvertrekken)
  • De adel die zelden uit liefde trouwde en er daarom een of meerdere minnaressen op na hielden en daar bij een of meerdere kinderen verwekten.

Aanscherping regels
Voor 1811 dus voor de invoering van de Burgerlijke Stand konden ouders vlak na de geboorte van een kind snel trouwen, want de geboorten werden niet geregistreerd. Na het huwelijk werd het kind dan gedoopt, ingeschreven in de registers van de kerk en vervolgens als wettig beschouwd.

Men trachtte deze omweg te voorkomen door de aanscherping van de regels; voortaan moesten de geboorten én dopen in aparte boeken (registers) genoteerd worden, en/of werd de geboortedatum bij de doop vermeld.

Dubbele moraal bij de mannen
Ook heerste er bij de mannen helaas een dubbele moraal. Ze deden wat ze het beste uitkwam, rommelde maar wat aan en als een vrouw zwanger werd ontkende ze het vaderschap, legde de lasten volledig bij de vrouw neer en/of vluchtte gewoon weg. Vrouwen die uit wanhoop abortus of babymoord pleegden (vaak door verdrinking) konden rekenen op zware, vaak dodelijke, strafmaatregelen.

Sterker nog, als een ongehuwde vrouw haar kind baarde, was het de taak van de vroedvrouw niet alleen het kind te laten geboren, maar ook een bekentenis uit de barende vrouw te trekken. De hamvraag was natuurlijk ‘Wie is de vader?’ Deze kraamvrouwbekentenissen werden uiteraard opgetekend en waren uniek bewijsmateriaal.

Vaderschapsonderzoek en burgerlijke stand
Dit zogenaamde wettelijke vaderschapsonderzoek werd door Napoleon afgeschaft. Hij stelde dat een man alleen een onderhoudsplicht had als hij het kind had erkend. Dit deed hij om zijn ‘eerbare mannen’ (soldaten) te beschermen tegen mogelijke chantage van de vrouwen.

Maar toch begonnen later lichamelijke kenmerken mee te spelen. Waarom was hij niet zo lang als zijn ‘vader’? Waarom had hij rood haar, terwijl niemand dit had? Tegenwoordig zeggen we ‘dat je van de melkboer bent’, die uitspraak bestaat niet voor niets!

Tijdens de Franse Tijd van Napoleon werd door hem als onderdeel van de Burgerlijke Stand het wettelijke burgerlijk huwelijk ingevoerd. Als men vanaf toen in de kerk wilde trouwen, kon dit alleen nadat men voor de ‘wet’, lees Staat, was getrouwd. Maar dit betekende wel weer hogere kosten én gedwongen dienstplicht.

Het huwelijk was alleen geldig als zij openbaar, in aanwezigheid van getuigen en door de pastoor waren voltrokken.

In het geheim gesloten huwelijken waren strafbaar, maar niet ongeldig. Sterker nog, de (kleine) boetes konden worden afgekocht, wat gunstig was voor zowel het paar als de kerk.

Samenwonen had de voorkeur, maar de daaruit geboren kinderen werden als bastaard -dus onwettig- bestempeld. Ondanks dat de vader bij de geboorteaangifte van een kind geen trouwboekje hoefde mee te nemen en kon ‘faken’, schoot het aantal ‘onwettige’ kinderen vanaf begin 1800 omhoog. Triest dat in die periode ook het aantal vondelingen, illegale (soms voor de vrouw dodelijke) abortussen en kindermoorden toenam.

‘Geraapt in hoererij’
Werd je als kind erkend dan had je geluk. Want in de tijd van onze voorouders was dat best een probleem. Een onwettig kind belandde vaak op straat, in de prostitutie, of in een werkhuis, het had nergens recht op en werd met de nek aangekeken. Kinderen verwekt uit overspel of incest hadden -volgens de kerk- wel recht op levensonderhoud en zorgde ervoor dat zij in weeshuizen werden opgenomen.

Het volk, maar ook de pastoor vonden onwettige kinderen maar ‘geraapt in hoererij’, of zelfs ‘van een slechte kraai en slecht ei’. Of kinderen werden niet gedoopt -wat helemaal een schande was- om zo de ouders te dwingen toch te huwen.

Iedere stad had ze wel, speciale tehuizen voor dit soort gevallen. Zoals bijvoorbeeld het Joodse huis Beth-Palet (Hebreeuws voor toevluchtsoord, opvangtehuis voor ouder en kind) aan de Prinsengracht 775 in Amsterdam. Dat is het adres van de Vereeniging tot redding van gevallenen ‘Beth-Palet’, huis van ontkoming, ook wel ‘gesticht’ genoemd (voor prostituees en ongehuwd zwangere vrouwen/meisjes). De doelstelling van de stichting: 'Ongelukkige zondaressen, hetzij met hetzij zonder kind [op te vangen] om ze na korter of langer verblijf in de maatschappij te doen wederkeeren als dienstbaren of in den schoot der familie terug te voeren.'

Ongehuwde vrouwen die een kind kregen werden als losbandig gezien en als ‘gevallen vrouwen’ beschouwd. Ze hadden tegen de normen en waarden van de samenleving gehandeld! Dit harde oordeel was vaak onterecht. Maar de jonge vrouwen, de meesten tussen de 22 en 25 jaar oud, moesten het wel slikken.

Trouwbelofte maakt schuld
Je zou het niet verwachten, maar vroeger was bij het gewone volk seks voor het huwelijk vrij normaal, vooral in het westen en noorden van Nederland. Echter, zodra een ongehuwde vrouw zwanger raakte, moest ze zich verantwoorden.

Haar verklaring moest zijn dat ze voor de ‘vleeslijke conversatie’ een trouwbelofte van haar toekomstige huwelijkspartner had gekregen. Helaas werd hier -door beide partijen- ook misbruik van gemaakt.

Veel vrouwen werden overgehaald tot de ‘liefkoserije’ met lieve woordjes en drank. Daarna eisten ze een huwelijk of een geldelijke genoegdoening voor het verlies van hun maagdelijkheid.

Zodra de man een trouwbelofte had gedaan, was er sprake van een verloving. En oh wéé als die verbroken werd! De man kon direct voor het gerecht worden gedaagd als hij de zwangere vrouw in de steek liet.

Vrouwelijk eerherstel
Vrouwen die na een weigering tot een huwelijk naar eerherstel zochten hadden de beschikking over een aantal mogelijkheden.

  • Voor de geboorte van het kind een paar ‘goede mannen’ naar de verwekker sturen, met de taak de verwekker -al dan niet hardhandig- te wijzen op zijn trouwbelofte.
  • Ze kon het kind ‘opzweren’, waarbij ze tijdens de bevalling aan de vroedvrouw een bekentenis aflegde over wie volgens haar de vader was.
  • Bij de geboorteaangifte van het kind dit dezelfde voor- en achternaam van de verwek-ker geven.
  • Het kind bij zijn verwekker ‘aan huis brengen’. Dit gebeurde vaak op een spectaculaire manier in de vorm van een optocht waarbij het kind naar het huis van de vader, zijn verwekker werd gebracht.
  • Een proces aanspannen (bij voorkeur met een schriftelijke trouwbelofte en afschrift van de kraamvrouwbekentenis), waarbij ze ook een bijdrage voor de opvoeding eiste. Dit werd gedaan ‘in hun uijterste noot’ bij onvermogende dus armlastige moeders.
  • Als de mannen werden veroordeeld tot betaling, kregen deze vrouwen eerherstel en erkenning, wat haar kansen op de huwelijksmarkt aanmerkelijk vergrootte.

Ongeveer 40 procent van de onwettige kinderen werd alsnog erkend, waarbij ca. 65 procent van de ouders alsnog ging trouwen als zijnde een ‘gedwongen huwelijk’.

Door de jaren heen werden armoede en daardoor ook de ‘onzedelijkheid’ aangepakt. Later kwam er een oplossing voor de ‘onvermogenden’ dankzij het ‘gratis huwelijk’. Men kon op maandagochtend gratis groepsgewijs trouwen.

Daar waar het voor de adel toentertijd gewoon was om bastaards te hebben, was je als simpele burger meer een tweederangs mens. In geval van de adel werd zo’n bastaardkind gewoon aan het hof of huis van de edele opgevoed, was er in de kost, mocht het familiewapen voeren (weliswaar van een dwars balk voorzien, bastaardbalk), trouwden zelfs weer met een edele dame en kreeg later zelfs bezit in de vorm van een heerlijkheid of anderszins. Maar ja, voor de adel werden altijd al andere wetten en regels gehanteerd.