Voor onze hobby kan het noodzakelijk zijn dat je eens een bezoek moet brengen aan een archief. Ik had dat zelf onlangs weer eens aan de hand omdat ik een aantal dossiers uit het CABR wilde raadplegen. CABR staat voor Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging en betreft zaken die direct na WW2 speelde rond personen die verdacht werden van vijandelijke danwel anti-vaderlandse danwel pro-Duitse symphatieën en nader diende te worden onderzocht.

Het zijn beperkt openbare dossiers, dus wil je inzage dan heb je daarvoor de toestemming van de Rijksarchivaris benodigd. Voor het inzien dient men een afspraak te maken. Hoe ik dan aan die toestemming kwam en waar en wanneer ik moest opgeven om welke dossiers het ging, en ook nog een aantal niet-beperkt dossiers wilde inzien waren de vragen die ik onmiddellijk had. Dat wordt allemaal goed uitgelegd, per telefoon, per mail. En zo melde ik mij op de betreffende datum op het Nationaal Archief in Den Haag.

Na de draaideur links uit de flank omdat ik daar in een ooghoek een receptiebalie zag. Men hoorde mijn verhaal aan, keek wat meewarig naar mijn kaart van het NA die ik jaren ervoor al eens had gehad en verwees mij door naar een grijze wand achter mij. Ik moest drie keer kijken maar ik zag het niet. Men bleek een lichte wand te bedoelden met grijze kasten daarvoor, zijnde de kluisjes. Of ik daar al mijn dingen maar in wilde stoppen.
Ik besloot dat (nog) niet te doen en mij eerst maar eens te melden aan een tweede balie naar waar ik was toe verwezen. “Kijkt u even hier naar”, zei iemand me vriendelijk, maar ik begreep niet waarnaar dus wees zij lichtelijk naar beneden waar een piepklein cameraatje stond. Ik dacht tsjonge en dan kijken ze straks weer of ik wel weg ben. Maar nee hoor na wat prt prt kwam daar een nieuwe NA ID-kaart uit maar nu mét foto. Men bevestigde mij dat de CABR-dossiers als toegezegd voor mij klaarlagen en de andere binnen een half uur klaar zouden liggen. Die zou ik zou krijgen wanneer ik de eerste inleverde, als ik het althans goed heb begrepen.
Dan nu naar de kluisjes. Ik vroeg nog hoe dat werkte, moeten daar munten in en zo ja hoeveel? “Die vindt u bij de kluisjes”. Enfin ik er heen. Zocht naar een grote want had een dikke winterjas bij me en een tas. Ook m’n mobiele telefoon diende ik daar achter te laten. Schrijfblok en iPad (of laptop) mochten wel mee. Enfin ik vind een openstaand kluisje met een sleutel aan de buitenkant, maar zag nergens munten. Na enig onderzoek zag ik aan de binnenkant van de kluisdeur een mechaniek waarin ik iets zag steken dat op een munt leek. Ik kon ‘m er ook nog uitpeuteren. Van kunststof. Maar dan? Deur dicht, nee aan de buitenkant ook geen muntgleuf. Ik stak ‘m terug binnenin, deed de kluisdeur dicht, maar kreeg hem niet op slot. Voelend aan de bovenkant een gleuf dus daar stopte ik hem maar in. Deur dicht, sleutel omdraaien. Dat werkte dus ook niet. Na drie keer proberen was ik erachter. Dat moet je wel allemaal doen voordat de munt naar beneden valt, bleek bij mij, maar misschien deed ik iets verkeerd. Eindelijk lukte het.

Terug naar de 2e receptiebalie. Men verwees mij door naar een draaihekje. Maar dat werkt zo maar niet. Een soort portier achter een perspexscherm en een tafel ervoor verordonneerde mij dat ik daar m’n spullen op moest leggen. Ik was helemaal fout. Een iPad in een hoes? Dat kon echt niet. Dus ik haal de iPad uit de hoes die ik vervolgens aan die meneer gaf, die ‘m overigens niet aannam. En die schrijfmap dat kon ook niet. Hoe ik dan kon schrijven vroeg ik de man. “Blocnote uit de map halen.” Dus haal ik de blocnote uit de schrijfmap die ik vervolgens weer aan de man probeer te geven en andermaal wees hij zulks af. Wat moet ik er dan mee. “In het kluisje meneer”. Mijn hemel. Ik haal een ballpoint uit de schrijfmap en stak die in mijn borstzak. Andermaal wees hij me erop dat zulks strikt verboden was. Hoe moet ik schrijven dan? “In het archief zijn potloden verkrijgbaar”, zei hij en voegde daar bijna hatelijk aan toe “en zonder gummetje”. Ik ging rechtop staan, spreiden m’n beide armen zijwaarts want ik dacht dan zal nu de fouillering wel volgen. Die volgde overigens niet. Ik terug naar de grijze muur, ik bedoel de kluisjes. Ik moest voorzichtig zijn want die zat zo vol dat de hele zooi er zo uit zou kunnen vallen, maar het lukte wonderwel. Ik terug naar de portiermeneer en z’n potloden zonder gummetje. Hij wees hij me op het draaihekje waar ik door moest. Dat ging natuurlijk alleen nadat je pas had laten inlezen.

Je komt dan in een enorme ruimte, de leeszaal. De stilte doet pijn aan je oren, maar zo hoort dat ook. En ook daar weer een soort receptiebalie. Ik me maar weer gemeld. “Gaat u daar maar zitten meneer dan komen we het dalijk bij u brengen”. En inderdaad zo gebeurde maar in de tussentijd kon ik even om mij heen kijken. Ik denk dat er gauw zo’n honderd m/v/x aanwezig waren. Enfin er werden twee archiefdozen gebracht en ik wil aan het werk gaan. Dat gaat zo maar niet. Eerst komt er een soort livreier met een piepklein post-it blokje waar hij één blaadje van ongeveer 1,5 cm2 afscheurt. Ik zeg nog -quasi lollig bedoelt- dat dat wel heel erg klein en weinig is om aantekeningen op te maken, maar nee wordt mij uitgelegd, of ik dat even over de camera van de iPad wil plakken. Geen humor die mensen. Ik heb werkelijk niemand zien lachen die dag. U ziet, bij het NA wordt niets aan het toeval overgelaten. In de paar uur dat ik daar zat loopt er continue een livreier om je heen die vermoedelijk kijkt of je niets verkeerd doet of achteroverdrukt. Ik lever de dozen weer in. De anderen zouden me zo worden bezorgd. Ik ga weer zitten en komt de baliemedewerker met de dozen. Maar die kan ik blijkbaar niet hier, maar moet ik elders in de leeszaal tot mij nemen. Ik doe daar niet moeilijk over, de noodzaak alleen ontgaat me. Ik pak de dozen en mijn spullen op en verhuis naar de nieuwe mij toegezwezen plaats.

Uren later ben ik gereed en verlaat de leeszaal. Niet duidelijk is mij wat ik moet nemen, het tourniquet of de transparante deur ernaast. Nee de tourniquet, ik zwaai maar met mijn pas maar dat hoeft dit keer niet, werkt trouwens ook niet. Ik zeg de portiermeneer vriendelijk goedendag, maar dat gaat zo maar niet. Of ik mijn hele hebben en houwen maar even op de tafel voor hem wil leggen. De iPad moet open, nee daar zit niks in. De 3 velletjes papier, waaronder de toestemming van de Rijksarchivaris, moeten los van elkaar worden gelegd en worden omgedraaid. De blocnote, alle blaadjes optillen zodat ie het achterste karton kan zien en dan ook nog alle bladen tussen de vingers laten glijden zodat hij kan zien of er niets tussen al die bladen zit verstopt en ik niet iets heb meegenomen.
Er zijn inderdaad onverlaten die dat vroeger hebben gedaan en terecht dat het archief dat met dit soort controles probeert te voorkomen.

Na mijn kluisje te hebben leeggemaakt, alles te hebben opgeborgen, wandel ik Den Haag maar in. Het was een vermoeiende dag.

FL