Het loopt stilaan de spuitgaten uit met cybercriminaliteit. Dat schrijft Europol in een nieuw rapport. De internationale politieorganisatie pleit voor meer bewustwording en strengere wetten om de online-criminelen aan te pakken.

‘De dreiging van cybercriminaliteit is naar een nieuw niveau getild’ en ‘die dreiging vraagt om een specifieke wetgeving’. Het zijn twee veelbetekenende zinnen uit een rapport dat Europol heeft gemaakt. Volgens de organisatie worden de criminelen steeds inventiever en professioneler en moeten er meer middelen gaan naar het bestrijden van dit soort activiteiten.

Europol noemt specifiek ransomware als meest voorkomende vorm van cybercriminaliteit. Het baart ook zorgen dat technische kennis om ransomware in te zetten niet meer nodig is. Om de zwarte markt zijn er genoeg kant-en-klare kits te verkrijgen om een aanval op te zetten. Ransomware wordt zo ransomware-as-a-service. Dit soort diensten trekt dan ook niet alleen hackers aan, maar vooral ook doorwinterde criminele bendes.

De schade die ransomware-aanvallen als WannaCry en Petya aanrichtte, toont volgens Europol ook aan dat nog te veel burgers en bedrijven zich hier niet afdoende tegen kunnen wapenen. Dat is misschien dan ook een van de weinige positieve punten van WannaCry en Petya: het besef groeit dat dit problemen zijn die een veel grondigere aanpak nodig hebben. Naast ransomware zijn ook datalekken en belastingfraude groeiende problemen.

Volgens Europol is het feit dat data steeds vaker zwaar versleuteld wordt wel een probleem bij de bestrijding van online criminaliteit. Hierdoor wordt het vaak moeilijk om met de gegevens aan de slag te gaan om bewijzen te verzamelen en sporen te zoeken.