Een vertraging van 33 maanden en een budgetoverschrijding van 50 miljoen euro zijn er de reden voor dat de overheid de werkzaamheden rond de ontwikkeling van de Basisregistratie Personen (BRP) als opvolger van de huidige GBA Gemeentelijke Basis Administratie, zeg maar de burgerlijke stand, voorlopig stop zet. Dit te meer omdat men verwacht voor het afbouwen van het systeem nog eens 50 miljoen euro nodig denkt te hebben. Onlangs zei demissionair-minister Plasterk dat er wordt gedacht om maar helemaal te stoppen, een beslissing die -na een bezinningsperiode- begin volgend jaar wordt genomen.


Aan de ontwikkeling van BRP is inmiddels 87 miljoen euro uitgegeven, terwijl in 2010 er oorspronkelijk 38 miljoen voor werd gereserveerd en oktober 2021, nu al 2023, als jaar van oplevering wordt genoemd. Waarom een bestaand systeem ombouwen naar een systeem dat 24/7 bereikbaar is en waarin mutaties direct kunnen worden verwerkt zo lang moet duren en zo veel moet kosten is de stamboomonderzoekers van HCC een raadsel. Erg vinden ze het afstel overigens niet, zegt Cees Heystek, voorzitter HCC!genealogie, “maar dat heeft een andere reden.” De enige reden waarom er een nieuw systeem moest komen kwam van een van de opdrachtgevers, de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten), die stelde dat modernisering van de persoonsregistratie een basisvereiste is 'voor moderne digitale dienstverlening door gemeenten en de overheid als geheel, net zoals het Kadaster. De omslag van een model gebaseerd op statische persoonslijsten naar een flexibele doorzoekbare database is daarbij essentieel. De VNG zegt geschokt te zijn door de beslissing om de stekker uit het geldverslindende project te trekken. En de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) noemt het beëindigen van Operatie BRP een triest moment voor de burgerzakenwereld.

Officiële gegevens
“Ten opzichte van het oude systeem GBA zou er nogal wat worden gewijzigd. Wij kregen er niet goed de vinger achter wat precies. Het gaat ons daarbij vooral om wat voor een gegevens wij als stamboomonderzoekers uiteindelijk krijgen voorgeschoteld”, zegt Heystek.
Vóór het computertijdperk maakte de bevolkingsadministratie gebruik van gele kaarten, tegenwoordig een uitdraai op een A4-tje. Na iemands overlijden werden die gele kaarten, en tegenwoordig de gegevens ter verwerking naar het Centraal Bureau voor Statistiek gestuurd, die ze daarna deponeert bij het Centraal Bureau voor Genealogie, alwaar ze kunnen worden opgevraagd. Dat hele traject duurt maximaal drie jaar.
Heystek: “Voor ons als stamboomonderzoekers zijn die gegevens uit het bevolkingsregister belangrijk omdat het een officieel stuk betreft, met andere woorden alle gegevens die er op staan zijn waar. Op de voorkant stonden onder andere adressen waar men ter gemeente had gewoond en het beroep dat de hoofdpersoon uitoefende. En op de achterkant eventuele kinderen. Na de oorlog is men de religieuze gezindte gaan afdekken. Alles bij elkaar vaak een aanvulling van de informatie die je over een bepaald gezin al had, danwel volstrekt nieuwe informatie over op dat moment voor jou nog onbekende familieleden.”

Veel veranderingen
In de afgelopen jaren hebben we te maken gekregen met een groot aantal maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de vermeldingen in de gemeentelijke basisadministratie. Te denken valt aan het homohuwelijk, de adoptie van kinderen door echtparen en homoparen, het draagmoederschap, naamsveranderingen (zowel voor wat betreft de achternaam als de familienaam) en het veranderen van geslacht. Daar scheen in het nieuwe systeem bij te komen de afschaffing van de vermelding man/vrouw. “Wij waren niet echt gelukkig met al deze ontwikkelingen en mogelijke veranderingen”, beaamt Heystek, die zich terdege beseft dat de overheid zich van de problemen van de stamboomonderzoekers weinig zal aantrekken.
Gesteld kan worden dat de relevantie van een aantal vermeldingen in algemeen maatschappelijk opzicht behoorlijk is afgezwakt. Zo was vroeger de geslachtsvermelding van belang omdat jongens/mannen dienstplichtig en ook kiesgerechtigd waren (zowel actief als passief). Na de invoering van het passief vrouwenkiesrecht in 1917 en in 1922 het actief vrouwen kiesrecht en na de afschaffing van de opkomstplicht heeft de vermelding man/vrouw in de gemeentelijke basisadministratie aan belang ingeboet. Om die reden zal die vermelding officieel worden afgeschaft.

Doodgeboren
Het is niet allemaal kommer en kwel. Heystek en de zijnen als ook ouders van doodgeboren kinderen waren onlangs zeer ingenomen om van demissionair-minister Plasterk te vernemen dat de registratie van een levenloos geboren kind in de BRP op de kortst mogelijke termijn mogelijk zou worden gemaakt. Hoe dit nu te zien in het licht van de stopzetting van de ontwikkeling is Heystek nog niet duidelijk. De minister liet weten dat de problemen geen gevolgen hebben voor de toegezegde registratie van levenloos geboren kinderen. Dit wordt mogelijk gemaakt bij de eigen gemeente, waardoor de vertraging van de modernisering van de BRP geen invloed heeft.